Nieuwe kansen voor Zaandam?

03.05.2013

 

In een lezing die Sjoerd Soeters een paar weken geleden in Ede gaf, tijdens het congres Stad en Ruimte, stelde hij dat het belangrijk is aan het stadhuis de identiteit van een regio te kunnen aflezen. Hij raakt daar wel een punt. Het stadhuis is immers het huis van de stad, feitelijk de fysieke verschijning en vertegenwoordiging van de omringende gemeenschap.

Eeuwenlang weerspiegelde het stadhuis niet alleen de welvaart van de omliggende gemeenschap, maar ook de stijlkenmerken van de desbetreffende regio. Dat veranderde toen nieuw gebouwde stadhuizen steeds meer gebouwde iconen werden, waarmee bovenal een ode aan het nieuwe en moderne bouwen werd gebracht maar waardoor ook de samenhang met bouwtradities in de directe omgeving meer en meer verloren ging.

In zijn lezing ging Soeters, geestelijk vader van het nieuwe stadshart in Zaandam, in op de keuzes in het ontwerp die zijn gemaakt om het centrum en de stad weer nieuw elan te geven. De Zaanse identiteit, ontmoetingsplekken en de menselijke maat kwamen telkens als steekwoorden terug in zijn lezing.

Eergisteren was ik in de buurt. Nieuwsgierig geworden door de lezing van Soeters, maar ook door alle beroering die het nieuwe stadshart in de pers heeft opgeleverd, besloot ik in de middag door te rijden naar Zaandam.

 

 

Het project heeft iets spookjesachtigs, alsof het zo uit een stripverhaal is komen aanwaaien. Het is daarmee ook behoorlijk gekunsteld. Maar is dat erg? Nee, feitelijk niet. Maar het roept geen associatie van een stadshart op, eerder met een vakantiepark of een perifeer winkelcentrum dat door de verschijningsvorm zelf, een attractie op zich wil zijn. Het is natuurlijk ook even omdenken. Een stadshart is doorgaans doorspekt met historische allure,  dan is het wel wennen dat een stadshart van een oude stad ook totaal nieuw kan zijn.

De grote hoeveelheid ontmoetingsplekken en zitplaatsen is opvallend. Overal staan banken en langs het water zijn verhoogde groenstroken gemaakt met een stenen rand. Super uitnodigend om even te blijven hangen. Dat het werkte bleek wel. Bijna overal zaten groepjes mensen, jong en oud, kletsend, kijkend naar voorbijgangers of een ijsje etend.

Van al die zitplekken kunnen vele binnensteden in Nederland nog leren. We hebben in Nederland prachtige pleinen, maar we bieden amper zitplaatsen aan. Wat is dat toch? Is dat een pact tussen gemeenten en de horeca, waardoor wordt voorkomen dat er ‘gratis’ zitplaatsen worden aangeboden? Maar volk trekt volk. Als een plek levendig en gezellig oogt blijven mensen wel plakken en gaan ze uiteindelijk toch wel consumeren.

 

 

Waar ik van schrok was de gribus rondom het complex. Grijs en grauw beton, busbanen, kille en koude onderdoorgangen, met amper een stoep of veilige oversteekplekken. Dat is toch geen humane stad? Maar wellicht oordeel ik nu te snel, het stadshart is nog niet af. Laten we hopen, dat ondanks de crisis, het mogelijk is dit stadshart snel te vervolmaken.

Maar ik schrok nog van iets. In het nieuwe centrum overheerst het consumentisme, alsof alles alleen maar om ‘shoppen’ draait. Het straatbeeld wordt gedomineerd door uithangborden en reclames van de bekende winkelketens. Saturn heeft zelfs zo’n schattig nieuw aangelegd Zaans bruggetje met haar logo bekleed.

De grote trekker van het nieuwe stadshart lijkt de Primark te zijn. De winkel trekt met haar goedkope kleding veel publiek: het straatbeeld wordt grotendeels gedomineerd door wandelaars met een tasje van Primark in de hand. Maar de wijze waarop het publiek in de Primark tekeer gaat, dat is niet wat je wilt. Kleding wordt uit de rekken gehaald, bekeken en achteloos op de grond gegooid. Laat een ander het maar opruimen. “Een normaal beeld, bevestigde een verkoopster, niet alleen hier, maar ook in de overige filialen. Ons publiek gedraagt zich behoorlijk asociaal”.

 

 

Soeters sloot zijn lezing trots af met de opmerking dat Zaandam steeds meer koopstromen vanuit Alkmaar aantrekt. Met andere woorden, het nieuwe centrum slaat aan, we trekken zelfs mensen van buiten de stad. Maar stel nou dat een deel hiervan met name voor de Primark komt, de Primark is immers in Nederland op dit moment alleen nog maar gevestigd in een paar steden. Je kan je afvragen wat er gaat gebeuren met deze bezoekersstromen, zodra het aantal filialen van deze keten in Nederland gaat toenemen, nog los van het feit of je juist deze bezoekersstromen als stad graag aan je wilt verbinden. Grote kans dat op dat moment een deel van de koopstroom zal afbuigen.

Moet Alkmaar zich zorgen maken? Gaat Zaandam een reële concurrent worden? Ik vraag het me af. Een herhalingsbezoek aan Alkmaar blijft aantrekkelijk, met het gevarieerde winkelaanbod en het prachtige historische stadscentrum. Of daar op termijn het nieuwe stadshart van Zaandam blijvend tegenop kan bieden is maar zeer de vraag.