Het 50×50 initiatief van de Vogels, een collectie met een geografische component

03.01.2013

 

Artinfo publiceerde gisteren in de internationale editie van haar nieuwsbrief de  ‘30 Must-See Shows van 2013‘, een top 30 van internationale exposities die je dit jaar niet mag missen. Wat opvalt is dat de focus van de stellers wel heel eenzijdig op het Westen (alle 30) en in het bijzonder op het Engelstalige gebied (27 van de 30 geagendeerde exposities) is gericht, een scope die mij enigszins achterhaald lijkt gezien de museale infrastructuur van de hedendaagse kunstwereld.

Een bepaalde expositie op deze lijst van 30 superexposities trok direct mijn aandacht. het 50×50 initiatief van de Vogels. Deze naamgeving associeer ik namelijk niet alleen met de Vogels maar ook met Inbo. Gedurende het kalenderjaar 2012 heeft Inbo ook een aantal bijeenkomsten onder de naam 50×50 georganiseerd. Bij de organisatie van een van deze bijeenkomsten was ik betrokken en als ik in die periode de initiatiefnaam googelde om de link naar de site op te pakken, stuitte ik steevast ook op het 50×50 initiatief van de Vogels.

De Vogels zijn bekende namen, vooral in Amerika. Kunstminnend Nederland zal het echtpaar ook kennen, hun 50×50 initiatief is hier misschien een tikkeltje minder bekend. Vanaf de eerste kennismaking was ik ontroerd door de rekenkundige eenvoud en de geografische component van het 50×50 initiatief van de Vogels, maar bovenal ook onder de indruk van de ongeëvenaarde wijze waarop de totale collectie Vogel tot stand is gekomen. Het was dan ook een prettige verrassing dat het initiatief van de Vogels op de lijst van Artinfo verscheen.

De Vogels, verzamelaars van hedendaagse kunst hebben een heel bijzondere prestatie op hun naam staan. Herbert Vogel (1922-2012) was postbode en zijn vrouw Dorothy Vogel (geboren 1935) bibliothecaresse. Ondanks zeer beperkte financiële middelen – het salaris dat Herbert als postbode verdiende werd ingezet om hedendaagse kunst te kopen – hebben ze sinds 1962, het jaar van hun huwelijk een collectie van ruim 4000 werken opgebouwd. Het echtpaar had een zeer goede neus voor opkomend talent en zocht met veel precisie, aandacht, gevoel en liefde de juiste werken uit en ondersteunde tevens met hun toch al zo geringe financiële middelen aankomend talent in het levensonderhoud.

Hun toewijding en passie en zeer accurate kennis van hedendaagse kunst bleef niet onopgemerkt. Reeds in de jaren 70 werd hun talent door de nationale en internationale kunstpers onderkend en het echtpaar ontving op haar beurt als dank voor hun inzet werken van kunstenaars en ze werden door steeds grotere podia van naam en faam gevraagd om lezingen en dergelijke te verzorgen. De echt grote doorbraak kwam in 1992 toen een deel van hun verzameling (meer dan 1000 werken) werd opgenomen in de National Gallery of Art in Washington.

De verzameling bleef groeien en met hun gevoel voor rechtvaardigheid en hun wens te kunnen delen besloot het echtpaar een paar jaar geleden aan alle staten in de VS (50 stuks!) elk 50 werken uit hun collectie te gunnen. Met dezelfde liefde en toewijding waarin ze de kunstwerken hadden verzameld werd met uiterste precisie per staat een museum of instituut aangezocht waarin vervolgens 50 objecten werden ondergebracht. Daarmee was het 50×50 initiatief van de Vogels een feit. Nog een keer kwam het getal 50 opnieuw te voorschijn: Herbert Vogel overleed juli 2012 en daarmee kwam aan een gezamenlijke periode van 50 jaar verzamelen, een einde.

Ik mag het dan wel niet helemaal eens zijn met de te engelse oriëntatie van de ‘Must-See lijst van Artinfo, het feit dat ze het bijzondere 50×50 initiatief van het echtpaar Vogel een plek op de lijst geven, kan ik alleen maar van harte onderstrepen.

 

.