Groot, groter, grootst heeft in Nederland afgedaan

31.12.2012

 

Welke geest waait er door de kranten in dit laatste weekend voor de jaarwisseling? Benieuwd waarmee de kwaliteitskranten in het laatste weekend van het jaar mee zouden komen kocht ik het afgelopen weekend in een opwelling zowel de Trouw, de NRC als ook de Volkskrant.

Groot, groter groots werkt niet meer. Econoom Wijffels bepleit in de Trouw sociale en ecologische vernieuwing. In zijn optiek is Den Haag verkeerd bezig indien ze teveel wil insteken op het herstel van het consumentenvertrouwen. Herstel van de koopkracht zal ons niet redden, de nieuwe economie zal zich moeten gaan richten op efficient gebruik van grondstoffen en hulpbronnen.

Om nog even in de economische hoek te blijven, de NRC wijdt het hoofdartikel aan een mislukt avontuur van SNS Reaal. Maar wie heeft er eigenlijk nog zin in een bankenverhaal? Hebben we daar onze buik niet vol van? In datzelfde NRC overigens een prachtig artikel over de kracht van familiebedrijven, het blijkt dat familiebedrijven alleen al in Nederland goed zijn voor 49% van de werkgelegenheid. Hebben we het hier wellicht over de stille kracht van de Nederlandse economie? Letterlijk en figuurlijk, want familiebedrijven treden niet zo vaak op de voorgrond volgens de steller van het artikel. Afgezien van het Havenbedrijf Rotterdam waar prachtige groeicijfers zijn bereikt inzake de goederenoverslag, verschijnen er in geen van de drie kranten ronkende verhalen over groeiende bedrijven.

We leven inmiddels in een digitale netwerksamenleving en virtueel en reëel gaan steeds meer samensmelten. In de Trouw een prachtig interview met IT filosoof Luciano Floridi. Mensen die vaardigheden hebben om met informatie (lees digitale data) om te gaan zullen de nieuwe elite gaan vormen. Hoezo zouden we individualistischer worden? Floridi ziet het individu als een knooppunt, een kruispunt van verbindingen. We zijn daarmee allemaal onderdeel van een netwerk dat samen opereert, een fluïde netwerk, dat wel, dat zich vormt en weer uit elkaar valt al gelang het onderwerp.

 

Aandacht voor stadslandbouw tijdens de Documenta 2012 

Wat vroeger een manier van leven was voor de alternatieven: consuminderen, duurzaam leven en biologisch eten, begint nu het denken van de massa te beinvloeden. We willen groene energie en burgers schuiven energiemaatschappijen die niet verantwoord willen handelen aan de kant. We eten groen, in de supermarkten kunnen we biologisch eten kopen, producten uit de eigen regio zijn bon-ton en we nemen begrippen als pop up restaurant, stadslandbouw en slow food steeds vaker in onze mond. We kleden ons ook groener en sommige producenten van faire kleding hebben geen schroom om daarbij de weg van de minste weerstand te kiezen, ze brengen hun producten aan de man via het grootwinkelbedrijf. Gelijk hebben ze, het is immers wel de snelste manier om het product en de boodschap over te brengen. We kopen toch ook biologisch vlees in supermarkten waar tegelijkertijd  plofkippen in de schappen liggen.

 

Plofkippen, designhuis Eindhoven

We hebben in Nederland de kunstenaar afgekat maar ondertussen zijn we allemaal wel een beetje creatiever geworden. Met behulp van digitale technieken knutselen en plakken we er heel wat op los. We schuiven op naar een beeldenmaatschappij. Je ziet het in de kranten waar veel meer beeldmateriaal dan ooit wordt geplaatst. Geld of geen geld, het zelf creëren is helemaal terug van weggeweest, naaien en breien is weer in en het fabriceren van je eigen producten in een Fablab is bijna al normaal. Indruk maken op je intieme vrienden met een groots uitgestalde muziekcollectie in de woonkamer is voorbij. We streamen tegenwoordig via Spotify en YouTube en delen onze smaak met social media vrienden.

Met elkaar worden we steeds socialer. In de Volkskrant een groot artikel over Helsinki social city. Hoe burgers door inzet van apps en social media een betere leefomgeving creeren en in diezelfde krant ook een klein maar intrigerend artikel over 24H, een initiatief waarin Amsterdammers in diverse wijken gedurende een etmaal hoogtepunten uit de wijk aan de buitenwacht laten zien, van balletstudio tot buurthuis en kaasmaker. We spelen on line games en afstanden bestaan niet meer. We chatten heel wat af zowel met vrienden ver weg als collega’s, klasgenoten en vrienden in de directe leefomgeving.

 

Fablab Polymer Science Park Zwolle

We hebben Europa en de Euro gekregen. Het loopt nog niet allemaal even soepel maar een allesoverheersend gevoel is dat we de boel wel bij elkaar moeten houden. We zijn ook op zoek naar de identiteit van onze natie en misschien juist wel door het opgaan in Europa komt het dat we ons burgerschap minder politiek en economisch kunnen onderbouwen en zoeken we het vooral in culturele en historische waarden. Het Nationaal Historisch Museum mocht dan door de crisis geen doorgang hebben kunnen vinden, we hebben een paar jaar geleden wel een verplicht historisch canon gekregen en het binnenkort te heropenen Rijksmuseum krijgt een stevige historische signatuur.

In de Volkskrant ook een mooi artikel over Heerlen en de teloorgang van de mijnindustrie en wat dat voor de lokale samenleving heeft betekent. Je ziet de laatste tijd steeds vaker verhalen over de mijnindustrie opduiken. Alsof nu we zelf als maatschappij in de misere zitten we ineens ons ook weer die verhalen herinneren en ons afvragen ‘hoe hebben ze het daar dan aangepakt’? Hoe gingen zij er mee om?

 

Voormalige CBS gebouw in het getergde Heerlen, gebouwd op de voormalige mijnen, binnenkort ingericht als proeftuin voor stadslandbouw

Geld is sinds het industriele tijdperk voor elk huishouden een noodzakelijk goed geworden om deel te nemen aan het economisch verkeer. Ruileconomie? Dat was toch iets voor het tijdperk van de jager en verzamelaar? Het afgelopen jaar verschenen in de internationale media steeds meer artikelen over de opkomst van de ruileconomie. Met name in het economisch getergde Spanje zijn verschillende lokale systemen opgezet en in de Volkskrant van dit weekend ook een groot artikel over lokale ruilsystemen in Nederland. Wellicht opgezet uit nood en ingegeven door de crisis, zou ruilen op den duur wel weer eens terug kunnen komen als een volwaardig ‘betaalartikel’. Waarom altijd alles met harde valuta willen en moeten belonen? Ik heb het de laatste twee decennia heel raar gevonden dat vrienden en familie zich steeds meer verplicht voelden elkaar met geld te belonen voor een gegunde dienst.

Als ik de kranten van dit weekend leest en op zoek gaat naar de rode draad realiseer ik me des temeer dat nog maar 10 jaar geleden in Nederland heel anders werd gedacht en geleefd en de berichtgeving in de kranten toen van een totaal andere orde was. Wat hield ons eigenlijk bezig in het laatste weekend van 2002? Uit de digitale archieven van de drie kranten vis ik wat flarden op: We moeten nog wennen aan het betalen met de euro, de munt is nog maar net ingevoerd. We hebben het over de ‘poenschoen’, zoals de nieuwbouw van de ING werd genoemd. Er is nog sprake van schaarste op de huizenmarkt en we krijgen een wettelijke drie daagse bescherming tegen het te snel onder druk van de markt kopen van een huis. Het geloof dat er echt en groene maatschappij gaat komen lijkt een sprookje, grote bedrijven die groen in het vaandel voeren vinden we eigenlijk maar verdacht. Internet wordt als handig gereedschap gezien, meer nog niet en we constateren dat de opkomst van internet en mobiele telefonie ons een paar nieuwe woorden heeft gebracht.

Terug naar de overvloed van 2002? Nee dank je wel. Ondanks de crisis en de werkloosheid die ook mijn sector keihard heeft getroffen kies ik voor de geest die eindejaars 2012 door Nederland waait.