Amerika indiceert stedelijke hotspots op grond van ‘walkability’

14.01.2013

 

Lijstjes van de meest creatieve en aantrekkelijke steden vliegen ons de laatste 10 jaar om de oren. Dergelijke lijstjes vind ik zondermeer interessant al is het al om het wie wat en waar van de desbetreffende ranking. Maar nog veel interessanter is het leereffect. Waarom staan die steden op de lijst, welke omstandigheden hebben er toe geleid dat deze steden het zo goed doen?

Deze week verscheen er in Amerika een top 12 van America’s Top Artplaces 2013. Een lijst die niet zozeer de steden in rangorde plaatst, maar inzoomt op wijkniveau en de meest vibrerende en levendige ‘places to be’ in 44 grootstedelijke gebieden van Amerika in kaart brengt. Geen steden maar wijken, alleen dat al maakt de lijst interessant.

ArtPlace, de steller van het onderzoek is een samenwerkingsverband van ‘leading national and regional foundations, banks and federal agencies’, in het leven geroepen om ‘creative placemaking’ aan te jagen. Maar terwijl ik het rapport las, bekroop me wel een beetje het gevoel van een self fulfilling prophecy. In het onderzoek wordt niet gerept over de maakbaarheid van dergelijke spots en wat de bijdrage van ArtPlace is geweest. Het rapport zoomt enkel in op een twaalftal wijken die op grond van een aantal indicatoren zijn geindentificeerd als ‘the places to be’ om vervolgens de typische smaakmakers van deze wijken te beschrijven.

 

Miami Beach, no 4 op de lijst van ArtPlace. Foto ArtPlace.

De gekozen indicatoren verraden veel over het karakter van hoe een ‘place to be’ er zou moeten uitzien. Een aantal komen heel bekend voor, bijvoorbeeld het aantal personen werkzaam in een creatief beroep en het aantal commerciële en/of non profit instellingen in de creatieve sector. Maar het tegelijkertijd meten van het aantallen restaurants die niet als franchise kunnen worden bestempeld en de ‘walkability’ (aantal winkels en dienstverleners dat men met voorkeur per voet bezoekt) voegt een extra dimensie toe. Het gaat dus niet alleen om de creatieve sector pur sang.

Het laatste jaar zijn er nog al wat rapporten in Amerika verschenen over de gunstige effecten van ‘walkability’ op steden. Het meten van walkability is voor amerikaans onderzoek betrekkelijk nieuw. Wat we in Europa al jaren als ervaringsregel weten, namelijk dat levendige binnensteden en wijken doorgaans autoluw dienen te zijn, was zulks in Amerika tot voor kort feitelijk onbespreekbaar en onbereikbaar als ideaal. Maar ook daar veranderen de tijden en de Heilige Koe mag inmiddels ook zo af en toe gewoon een dagje stilstaan.

Door het criterium walkability zo sterk in te bouwen naast bekende indicatoren als aantallen werkzame creatieven en aanwezige creatieve instellingen, ligt het voor de hand dat de lijst een verzameling plekken oplevert die autoluw zijn, getypeerd worden door een breed pallet aan uitgaansmogelijkheden, voldoende mogelijkheden bieden voor funshoppen en daarnaast een behoorlijke artistieke uitstraling hebben door de aanwezigheid van aan kunst gerelateerde instellingen.

 

Brooklyn, New York. No 1 op de lijst van ArtPlace, bron ArtPlace.

Maar wat is de boodschap? Dat er meer auto-luwe gebieden moeten worden gecreëerd om wijken in de vaart der volkeren op te stuwen of dat de creatieve sector de stuwende motor achter deze gebieden is geweest? Het zijn met name dit soort vragen die helaas niet goed uit de verf zijn gekomen in dit overigens breed opgezette en interessante onderzoek.